De Combinatie schoolmelkbezorging

DE COMBINATIE - SCHOOLMELK BEZORGING

Schoolmelkbezorging mijn eerste zuivelervaring.


"De Combinatie" in Overschie, daar ben ik in juli 1968 begonnen. Eigenlijk was het maar tijdelijk, ik was namelijk timmerman in de bouw, maar daar heerste toen een enorme recessie en kon men amper nog aan werk komen, en ik met nog maar zeer weinig ervaring, was al helemaal kansloos in die tijd.


Via mijn zwager Paul Mastenbroek, inderdaad, de zoon van een der oprichters, kon ik aan de slag in de schoolmelkbezorging een betere kruiwagen was er niet. Mijn vaste maat werd Ruud de Jong naar later bleek de jongere broer van Hans de Jong, die ook schoolmelkchauffeur was.


De bezorging van schoolmelk werd in die tijd uitsluitend s'nachts gedaan. Dat waren dan 4 nachten in de week, je begon in de avond om ½ 9 en wel van, zondag op maandag, maandag op dinsdag, dan weer een nachtje vrij,en vervolgens dan weer woensdag op donderdag en tot slot donderdag op vrijdag, dus best wel veel vrij met ook nog eens een lang weekend.Om dat wij alleen maar s'nachts reden en op zondag, hadden we daar een speciale

ontheffing voor.We reden in die tijd met een DAF type A50 motorwagen met aanhanger, de opbouw was een dubbelwandig geïsoleerde laadbak van Heiwo Wolvega. De motorwagen had aan beide weerskanten 2 deuren, en de aanhanger aan weerskanten 3 deuren en beide hadden geen achterdeuren. De DAF A50 had geen stuurbekrachtigingen en een ongesynchroniseerde schakelbak met 6 versnellingen, dat betekende dus, dubbelklutsen straatje in en straatje uit, zeer veel schakelen dus. Om te voorkomen dat je kramp in je knieën kreeg, leerde je al heel snel om op de toeren van de motor te schakelen, dus zonder je koppeling te gebruiken. En het sturen door al die straten in de stad was puur spierballenwerk. Pas jaren later kreeg DAF ook stuurbekrachtiging.

Mijn maat Ruud nam het allemaal niet zo nauw en was van mening dat ik ook maar moest rijden, zo dat wij ombeurten al rijdende achter in de laadbak alvast de bestelling voor de volgende school konden klaarzetten, en de lege retour kratjes met flesjes van de scholen weer zodanig opstapelen dat deze bij remmen goed bleven staan. Je reed altijd met een wagen vol met kratten en daar tussen stond jij dan onder het rijden te werken. Je kon ook niets vast zetten, dus was het afromen van de stapels kratten prioriteit nummer 1 deed je dat nie,t zat je binnen de kortste keren met en hoop scherven. En dat deed je dus allemaal onder het rijden van de ene naar de andere school.


Ik was in die tijd ook geen watje dus kroop achter het stuur en ging ook rijden, eerst alleen met de motorwagen, en later ook met de aanhanger erachter en het ging nog goed ook. Ik had toen alleen mijn kleine rijbewijs B.E. en hoewel mijn chef Piet Merbis toch ook niet de aller moeilijkste was zolang het werk maar werd gedaan, moet ik toch onmiddellijk mijn vrachtwagen rijbewijs gaan halen. Hij ging dat zelf wel even regelen bij een bevriend rijschoolhouder, zodat het afrijden gelijk kon worden aangevraagd. Zonder ook maar een les te hebben gehad ben ik afgereden met een Opel Blitz en waarachtig slaagde ik ook nog, en ook voor mijn theorie examen wat in die tijd nou ook niet zo veel voorstelde.


Het was behoorlijk zwaar sjouwwerk met die ijzeren kratten gevuld met 30 ¼ flesjes melk. Maar gelukkig werden die na een jaar vervangen door plastic kratten met 24 ¼ flesjes melk. Dat was voor ons al een hele verbetering qua gewicht wat ook weer scheelde wat betreft de lege kratten met flesjes, die je bij elke school weer als retour mee moest terugnemen.


Ruud mijn vaste maat had geen zin meer in al dat nachtwerk en dat zware gesjouw met die kratten melk, hij heeft toen ontslag genomen om een nieuwe carrière te beginnen als verwarmingsmonteur. Ik kreeg toen Nico Vrolijk als vaste maat toegewezen, Nico was een jaar eerder als ik in dienst gekomen en reed voornamelijk wijkvervoer,maar bij ziekte in de schoolmelk, viel hij wel eens in.

Het gebeurde regelmatig dat je een steekwagen vol gestapeld met kratten schoolmelk een trap op moest trekken. Dat hield dan in, dat de een aan de handvatten stond te trekken en de ander aan de onderkant stond te tillen. Als het dan ook nog eens een school met veel leerlingen betrof, moest je 2x lopen en tillen, bij een school met weinig aantallen sjouwde je de kratten met de hand. Van de meeste scholen hadden wij een sleutel en soms wel twee, eentje voor het schoolhek of poort en eentje voor de voordeur. Al die sleutelbossen hingen aan een bord aan de achterwand van de cabine, het was dus zaak om die goed op de juiste volgorde van de route te hangen, alhoewel wij ondertussen al die sleutelbossen al aardig uit elkaar konden houden. Pauzeren deden we nooit, je boterham at je op tijdens het rijden en drinken had je genoeg bij je. In de winter dronken we chocolademelk die we zelf opwarmde op het spruitstuk van de motor, we

hadden daarvoor een houder laten maken in de werkplaats van de fabriek, er paste 2x een halve literfles in. In die oude DAF A50 kon je in de cabine de motorkap openen zodat je er makkelijk bij kon.


De wintertijd was, als het hard vroor en veel had gesneeuwd, echt afzien met een steekwagen vol melk en harde massieve banden dan kwam je daar amper doorheen. Dus namen we een enorme slee mee die speciaal in de werkplaats was gemaakt om in de sneeuw schoolmelk op te vervoeren, dat ging best aardig, maar met een slee de trap ging natuurlijk niet, dus alles afstapelen en naar boven sjouwen en omgekeerd weer met het lege fust. En wat doe je als je een hele grote slee bij je hebt en er is nauwelijks verkeer op straat, juist ja, in plaats van de slee elke keer met veel moeite [hij woog nogal wat] weer de laadbak in te krijgen, bond je hem achter de wagen en ging je er lekker op zitten en lol trappen. In die jaren werd er nauwelijks gestrooid en al zeker iet in de straten waar wij moesten zijn, dat hield wel in dat je dan s'morgens uren later als normaal binnenkwam.


Ook hebben wij met strenge vorst of bij sneeuwval ontelbare keren personenauto's aangetrokken welke men niet aan de praat kreeg. Dat ging altijd heel snel, omdat we aan de vangmuil al een dik stuk touw met een haak hadden bevestigd. ook gebeurde het wel eens dat de politie je hulp kwam inroepen, die wisten altijd precies waar je was,en kwamen ook regelmatig even buurten voor een praatje en een flesje melk leeg te drinken. Er werd wel eens ingebroken in de scholen, vaak waren het zwervers die wat warmte zochten, dan waarschuwde we de politie via de telefoon van de school, die namen dan de zwerver mee voor een nachtje cel met ontbijt. Je maakte echt van alles en nog wat mee in de nacht, maar omdat je ook altijd dezelfde route reed, kon je alle mensen die s'nachts ook actief bezig waren. De saamhorigheid was groot in die tijd.

Het gonsde al een tijdje van de geruchten over een nieuwe verpakking voor de schoolmelk. In de fabriek werden al nieuwe machines geplaatst,en ook nieuwe kratten werden in grote aantallen aangevoerd. Met de start van het nieuwe schooljaar in 1973 was het zover. Het betekende een hele ommekeer in het vervoer en leveren van schoolmelk. Het zogenoemde kartonnen piramide puntje was in de plaats gekomen van het ¼ liter flesje, en het kratje waar ze in kwamen was 6 kantig een soort van bloempot. Daarin gingen dan 3 lagen van 6 van die puntjes melk in. Die kratjes waren zo ontworpen, dat als ze leeg waren, je deze bijna geheel in elkaar kon laten zakken wat een enorme ruimtewinst opleverde. En omdat we nu ook geen lege flesjes meer mee retour kregen,hadden we zoveel ruimte besparing gekregen dat we ook geen aanhanger meer nodig hadden, en met steeds meer geparkeerde auto's in al die smalle straatjes, was dat mooi meegenomen.

Het volgende schooljaar werden de 3 oude DAF's A50 vervangen door 3 nieuwe DAF's 1700 met een voor die tijd revolutionaire kantelcabine. Op het chassis stond een afzetbak met aan weerszijde 4 schuifwanden.Er waren er 6 van gemaakt bij Deckers in Leiden die ook het hele afzetsysteem met 2 enorme luchtbalgen had ontworpen. Helaas, dit systeem bleek achteraf de grootste flop aller tijden. Om de afzetbak te verwisselen moesten die 2 enorme luchtbalgen wel eerst worden opgepompt, en dat duurde minimaal zo'n 2 uur omdat de compressor van die DAF 1700 dat totaal niet aankon. Het gebeurde ook wel eens dat zo'n luchtbalg uit elkaar klapte, er zat

ook geen overdrukventiel op, weet ook niet of die toen al bestonden, maar dan moest die kapotte balg wel weer vernieuwd worden. Dat verwisselen moest je dus zelf doen, ook geen simpele klus, daar was je zomaar een halve dag zoet mee. De bedoeling van dit hele systeem was, dat deze DAF's 24 uur moesten gaan rijden, s'nachts schoolmelk, overdag consumptiemelk voor de uitgiftestations. Bij terugkomst moesten wij de lege laadbak om wisselen voor een volle, die werden s'nachts alvast voorgeladen en door een terreinwagen met ook zo'n wisselsysteem klaargezet. In de namiddag werd er dan weer gewisseld voort een bak geladen met schoolmelk. Door het enorme gewicht van alleen al de laadbak en daarbij opgeteld het gewicht van de vracht,bleek dat voor een DAF 1700 toch iets te veel van het goede om er vlotjes mee te kunnen rijden, niet vooruit te branden dus.

Na een jaartje te hebben doorgesukkeld met die veel te lichte DAF 1700 had men bij de directie inmiddels besloten deze te vervangen voor een zwaardere versie, de DAF 2100 met een vaste laadbak. Althans, de oude wisselbakken werden vast op het nieuwe chassis gezet en van de 3 die overbleven, werden er 2 verkocht als koelcel aan melkhandelaren en de laatste werd geschonken aan de naast de fabriek gelegen speeltuin, voor opslag van hun losse speelwerktuigen e.d. De nieuwe DAF 2100 deed het goed, uitgerust met een 6 bak met hoog en laag versnelling ideaal voor in de stad,helaas nog steeds niet gesynchroniseerd, maar wel met stuurbekrachtiging.

Na 9 jaar s'nachts schoolmelk te hebben gereden vond ik het wel welletjes. Mede ook omdat ondertussen al de langhoudbare producten zoals, koffiemelk en chocolademelk vanuit de door sanering gesloten fabriek van Sterovita Breukelen waren overgekomen naar Overschie. Dat betekende dat ik zeer vaak, als we net een nacht schoolmelk rijden achter de rug hadden wat toch al een behoorlijke belasting was met 150 scholen per nacht, [kom daar nu maar eens mee aan] en we na onze rit aan de koffie zaten in café Pleinzicht aan het Noordplein, onze chef Piet Merbis dood leuk opbelde naar dat café omdat er chauffeurs ziek waren geworden o.i.d. of we even wilden opschieten,want dan kon je gelijk bij terugkomst op de fabriek overstappen op een Scania om een rit langhoudbaar te gaan doen. Je wist nooit van te voren welke adressen er in die rit zaten, dus kon het zo maar gebeuren dat je een rit Groningen of Limburg had met een klantje of 6 waarvan nog een paar lossen met de hand. Soms was je zo moe of slaperig, dan zette je het spul een ½ uurtje aan de kant, of je deed een tukkie als je stond te wachten bij een klant, je liet ook wel eens een collega voor jou gaan om te lossen. Als je dan weer terug kwam van je rit op de fabriek, kon je gelijk weer overstappen op de schoolmelkwagen om dan weer aan de nachtrit te beginnen al s mijn maat Nico tenminste ook al binnen was.

Op de nacht schoolmelkritten vulden we keurig [nou ja] het werkboekje in, en op de dag met de in de Scania's ingebouwde tachograaf. Dat was een week tachograaf, er ging een pakketje in van 7 tachograafschijven die aan elkaar vast zaten, en elke nieuwe dag werd er eentje losgesneden, daar kon je lekker mee rommelen, en dat ging wonderwel altijd goed bij controles. Omdat zelfs een paard dit niet vol houdt, om ongeveer dag en nacht maar door te blijven gaan met rijden en sjouwen, ben ik na dit zo een jaartje te hebben gedaan, er mee gekapt en volledig overgestapt op het langhoudbaar vervoer. Het was voor mij ook een goed moment want de schoolmelkbezorging ging over op een nieuwe verpakking, [rechthoekige pakjes in een kartonnen doos] en zou voortaan ook alleen nog maar overdag worden geleverd en voor meerdere dagen. Mijn chef was het niet met mijn beslissing eens, ik bood toen mijn ontslag aan en dat vond hij niet leuk, na belooft te hebben om in de grote schoolvakantie 2 chauffeurs in te werken in de schoolmelkritten vond hij het prima, ik stelde nog wel de voorwaarde dat ik niet zou invallen bij ziekte van een schoolmelkchauffeur, ook daar stemde hij zij het grommend mee in. Dat ik 14 jaar later weer voor een aantal jaren in de schoolmelkbezorging terecht kwam kon ik toen nog niet bevroedden, net zoals veel andere beslissingen van mijn werkgever.


Groetjes Hans.Geplaatst augustus 2007.

MELKUNIE OVERSCHIE PRODUCEERT 1.000.000 PAKJES SCHOOLMELK PER WEEK

In aansluiting tot wat ik in bovenstaand verhaal heb beschreven over de eerste 9 jaar in mijn zuivelloopbaan als schoolmelkchauffeur, wil ik het bericht wat ik ontving van Erik Oranje, die samen met de toenmalige bedrijfsleider Q.van Dongen op onderstaande foto staat afgebeeld in het MelkunieHolland personeelsblad van donderdag 15 oktober 1987 niet onthouden. Jaap Oranje de vader van Erik, was een wel geziene en fijne sociale collega, die ongeveer een dagtaak nodig had om al zijn wel of niet legale loterijen en ander soort van weddenschappen en pools te beheren en organiseren. Deze capaciteiten gebruikte hij ook om voor zoon Erik een baantje te regelen bij de vulafdeling van de schoolmelk, wat dan ook zo was geregeld. En als je dan als jong knulletje ook nog eens met een foto in het personeelsblad verschijnt, dan bewaar je dat natuurlijk voor de rest van je leven. Zo kunnen wij [bij schrijven] 23 jaar na dato, ook weer eens lezen hoe het met het schoolmelk gebeuren er in die tijd er aan toe ging. 


Bedankt Erik.


Groetjes Hans. Geplaatst, 13 november 2010

Terug naar boven ↑

Terug naar startpagina