DC Linschotenstraat

DISTRIBUTIECENTRUM LINSCHOTENSTRAAT

Het laatst overgebleven zelfstandig onderdeel van het productiebedrijf

De Combinatie - Melkunie Overschie

Voor de opslag van alle langhoudbaar producten, die in de fabriek van Melkunie Overschie werden geproduceerd, had men in eerste instantie een loods gehuurd aan de Philippusweg in Schiedam, wij noemden het de ouwe Heineken loods omdat daarvoor er een Heineken drankenhandel in huisde. Om die loods in te komen, moest je achteruit, zeer rustig rijdend, over een flinke bult heen en dan na gelang het gewicht van de vracht, met de luchtvering van je oplegger spelen teneinde niet de steunpoten van de oplegger krom te rijden, de heftruckchauffeur hielp je daar mee. Paul Mastenbroek, en later zijn chauffeur Gerrit de Vree, pendelde met een DAF trekker - oplegger combinatie zo'n 10 a 12 keer per dag op en neer met producten van Overschie naar de Philippusweg. Al snel werd die loods veel te klein, en had Melkunie, inmiddels Campina Melkunie, ook al voornemens de fabriek in Overschie te sluiten ten gevolge van de fusie met Campina.

Omdat dan ook die opslagruimte in Overschie verviel, werd er naarstig gezocht naar een grotere opslagruimte, deze werden uiteindelijk gevonden in de Linschotenstraat Rotterdam - Spaansepolder. Het depot Linschotenstraat, welke bestond uit een oppervlakte van 4.400 m² onderverdeeld in 10 grote hallen met elk een toegangsdeur aan de havenkant, lag ingeklemd tussen de Lingehaven en de Gantelhaven, over de weg kon je er alleen komen vanaf de Industrieweg de Linschotenstraat zelf liep dood, voor ons maakte dat niet zoveel uit omdat we een in en een uitrijpoort hadden. In de

hallen waren twee kantoorunits van elk 2 etages, met toiletruimtes een van de bovenste etage 's werd gebruikt als kantine, aan het einde van de loodsen waren ook nog een paar kantoorruimtes met toiletruimte met daarboven een woonhuis. Kantoren werden ingericht en de loodsen werden voorzien van stellingen waarin de aangevoerde producten werden opgeslagen, voor de heftrucks kwam een oplaadstation, toen alles gereed was, werd het depot, het nieuwe D.C. Linschotenstraat, feestelijk geopend.

Toen Melkunie Overschie op 4 augustus 1989 definitief zijn poorten sloot, was het distributie  centrum Linschotenstraat het laatste overgebleven zelfstandig onderdeel na de sluiting van het productiebedrijf Melkunie Overschie. Eerst als business unit deel uitmakend van de groep Boter poeder en na de fusie met Campina op 1 januari 1990 als onderdeel van de divisie Consumenten Producten Europa, kortweg CPE genoemd. De activiteiten bestonden uit het bijkopen van melkproducten van derden, die werden geproduceerd in Losser [Dinkelland], alles in fles, Almelo [Ormet] de gesteriliseerde melk in fles en in Keulen [Vita] en Neuenkirchen [Naarman] alles wat in kartonverpakking zat, de opslag en het afleveren naar de afnemers.

Wij chauffeurs moesten al deze producten zelf halen, dus voor ons waren dat mooie ritten die vaak werden gecombineerd met een klantenrit, fust werd gelost in Losser om vandaar uit, of in Losser te laden, of Neuenkirchen. Keulen waren altijd dagritten. Het kon ook gebeuren dat je vanuit het depot Linschotenstraat met fust naar Losser ging, daar lossen, leeg door naar Neuenkirchen, of de tiefkuhl opslag 5 km verder in Sankt Arnold, daar laden voor Aldi Ommen, lossen in Ommen, weer terug naar Neuenkirchen of Losser om vervolgens te laden voor depot Linschotenstraat, dan was je dag behoorlijk gevuld.


Het andere werk bestond uit klantenritten die voornamelijk met de combi 's werden gereden het hele land door en de ritten naar de eigen en de groothandel D.C. 's in het hele land.Voordeel voor ons als chauffeurs was, dat je bij terugkeer in het D.C. Linschotenstraat dan niet meer zelf hoefde te lossen en te laden, dat deed de los en laadploeg, alleen bij twee ritten op een dag [meestal D.C. ritten] moest je de eerste rit zelf lossen en zelf je 2e rit weer laden met behulp van een heftruck en zijn chauffeur.


Wij beschikte over een mooi en modern wagenpark van Scania bakwagens met aanhangers met Heiwo schuifdeursysteem en Scania trekker opleggers 2 en 3 assen met het zelfde schuifdeursysteem en gesloten opleggers met alleen achterdeuren waar zorgvuldig mee om werd gegaan, iedere chauffeur had zijn eigen vaste wagen en zorgde daar goed voor, deze vrachtwagens werden door ons zelf gewassen, we hadden daarvoor een luxe hogedrukspuit met zeep dosering tot onze beschikking, daarvoor was speciaal een wasplaats aangelegd met afvoergoot, om te voorkomen dat het waswater niet in de haven terecht kwam, onder de overkapping van de eerste tweee loodsen.

SLUITING DISTRIBUTIECENTRUM LINSCHOTENSTRAAT

De fusie tussen Melkunie en Campina die verder gingen onder de handelsnaam "Campina Melkunie" bracht ook voor de chauffeurs en andere medewerkers van het Depot Linschotenstraat niet veel goeds teweeg. Immers, na deze fusie ontstond de mogelijkheid om een deel van de bijgekochte producten in het D.C. Linschotenstraat, nu bij eigen bedrijven onder te brengen. Het bestaansrecht van het D.C. Linschotenstraat verdween daarmee, van de jaaromzet van 19.5 mio liter bleef daardoor nog slechts circa 4.8 mio liter over en van die afzet ging weer af, 2 mio liter Kwink die rechtstreeks van Naarman aan Aldi werd geleverd, en 2 mio liter koffiemelk die rechtstreeks van Dinkelland aan de Edah werd geleverd. De doorvoer via D.C. Linschotenstraat bedroeg toen nog slechts ongeveer 1 mio liter op jaarbasis.


Al met al, maakte dit resterende kleine volume van circa 1 mio liter duidelijk, dat het huren van 4.400 m² opslag het openhouden van het D.C. Linschotenstraat niet viel te rechtvaardigen, ondanks pogingen meerdere hallen onder te verhuren aan derden, een poging om 1 hal onder te verhuren aan de Mona - Rotterdam als depot mislukte ook al, o.a. door het ontbreken van de noodzakelijke koelruimte. Wel zijn toen nog twee hallen aan de verhuurder [P. Baris] teruggegeven, mede omdat hij hiervoor een nieuwe huurder had gevonden, het mocht allemaal niet baten.


Op 28 maart 1991 volgde een bijeenkomst voor alle werknemers van het D.C. Linschotenstraat, de volledige P.O.R. de heren, J.H. Bakker, M. Barth en C. Kokken. De heer Barth refereerde aan een eerdere bijeenkomst welke ging over de studie, Rijkevoort - Bergeijk - Rotterdam, waarin was beloofd het personeel in een zo vroeg mogelijk stadium te informeren over de ontwikkelingen rond het voortbestaan van het D.C. Linschotenstraat. Hij gaf aan dat reeds die zelfde ochtend van 28 maart de stuurgroep tot de eindconclusie was gekomen, dat het D.C. aan de Linschotenstraat zou moeten worden gesloten.


Deze informatie was nog zo vers aldus de heer Barth, dat een en ander nog niet op papier stond, en zelfs de hoofddirectie hier van nog geen kennis had kunnen nemen, waardoor de informatie aan het personeel in Rotterdam, zowel als informatief als informeel moest worden beschouwd. Hij maakte dan ook een voorbehoud voor wat betrof de besluitvormingsprocedure via hoofddirectie, ondernemingsraden en vakorganisaties. De heer Barth schetste vervolgens de te volgen procedure via een masterplan en afzonderlijke deelplannen, waarvan de sluiting in Rotterdam er een is. Daarin zal heel gedetailleerd over de gevolgen worden gesproken en specifieke informatie worden gegeven.Bij de overwegingen die tot het voorstel Rotterdam te sluiten hebben meegespeeld, noemt de heer Barth met name het aflopen van de contracten met onder meer Dinkelland in Losser. Als datum van sluiting D.C. Linschotenstraat werd 1 november 1991 genoemd, voor de orderacceptatie 1 oktober 1991 van Rotterdam naar Rijkevoort.


De heer Barth gaf ook de bevestiging dat met onmiddellijke ingang de sociale regeling op de voorgenomen sluiting van toepassing zouden zijn. In het eerder genoemde deelplan zouden alle sociale gevolgen voor het personeel worden meegenomen. Voor een ieder zou voor herplaatsing worden gezorgd met de toezegging, van een overplaatsing - uitkering ineens.


Al snel volgde op 28 mei 1991 een officiële adviesaanvraag sluiting D.C. Linschotenstraat - Rotterdam. Op 30 mei vergaderde de C.O.R. en besliste positief over de sluiting en opheffen van het D.C. Linschotenstraat - Rotterdam. In goed overleg met de P.O.R. en via bijeenkomsten met alle betrokken medewerkers kon al in het voorjaar 1991 overeenstemming bereikt worden over de noodzaak tot sluiten in de loop van 1991 op 3 april is door de divisiedirectie de Sociale Regelingen van Campina Melkunie BV van toepassing verklaard op het personeel van Campina Melkunie Linschotenstraat.


Eerder op 8 mei 1991 was er de oprichting van de begeleidingscommissie - D.C. Linschotenstraat onder leiding van voorzitter Nico Teeuw , secretaris Frank Chevalking, hoofd P&O divisie CPE Cees Kokken, Aart van Genderen C.O.R. lid, bedrijfsmaatschappelijk werker Jos Bouvrie en ik zelf, Hans Klingenberg, als chauffeursvertegenwoordiger. De vakbonden hadden ondanks een uitnodiging verstek laten gaan.Doel van deze begeleidingscommissie was, om alle 22 medewerkers van D.C. Linschotenstraat te assisteren en te begeleiden naar een nieuwe werkplek binnen de onderneming Campina Melkunie. Vastgesteld kan worden dat voor alle 22 medewerkers uiteindelijk op 8 april 1992 [zij het voor sommige wat moeizaam] een nieuwe werkplek is gevonden, niemand van de chauffeurs is mee overgegaan naar Rijkevoort of Bergeijk, ondanks die aangeboden mogelijkheid, koos men om praktische en persoonlijke redenen hier niet op in te gaan.

Door mijn bemoeienissen in en met de begeleidingscommissie en de afhandelingen in het D.C. Linschotenstraat, had ik zelf nog moeite om een voor mij geschikte nieuwe werkplek te vinden binnen de onderneming, als een van de laatste verliet ik het D.C. aan de Linschotenstraat om na 23 jaar Melkunie Overschie, op 8 juli 1991 als afleverchauffeur te beginnen bij Sterovita - Dordrecht.


Hiermee kwam definitief een einde aan het laatst overgebleven zelfstandig onderdeel van het productiebedrijf Melkunie Overschie, welke ooit begon op 15 december 1953 als N.V. Melkinrichting De Combinatie, en dus van af de oprichting ruim 39 jaar heeft mogen bestaan.


Groetjes Hans. Geplaatst: 3 mei 2014

Terug naar boven ↑

Terug naar startpagina